De positieve groep

//De positieve groep

De positieve groep

Als leerkracht kun je heerlijk werken met een positieve groep. De kinderen hebben allemaal hun eigen rol in de groep. De kinderen kunnen zichzelf zijn en presteren in de klas. Wat zijn kenmerken van een positieve groep? Hoe kan ik als leerkracht werken aan een positieve groep?

Kenmerken van een positieve groep:
1 De kinderen  zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen.
2 De kinderen voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep.
3 De kinderen tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid.
4 De kinderen zijn bereid tot samenwerking.

Het werken aan een positieve groep kan op verschillende manieren.
Bij elk kenmerk worden voorbeelden gegeven van hoe je kunt handelen als leerkracht. Daarnaast worden er oefeningen beschreven die je kunt toepassen in de klas.

1 De kinderen  zijn eensgezind en gemotiveerd om groepsdoelen te halen.
Als leerkracht kun je opdrachten bedenken waarbij alle kinderen van de klas met elkaar een groepsdoel halen. De kinderen kunnen daardoor eensgezind en gemotiveerd aan de opdracht werken. Ze zijn van elkaar afhankelijk om het groepsdoel te halen. Daarnaast kan elk kind zijn of haar inbreng geven om het groepsdoel te halen.

Voorbeeld 
Groepsdoel:
– De kinderen  verzamelen 100 woorden die te maken hebben met het thema (van taal/ geschiedenis/ spelling/ aardrijkskunde).
– De kinderen verzamelen 100 keersommen waarbij je het antwoord kunt delen door 2.
Proces:
Als leerkracht begeleid je het proces door met de kinderen in gesprek te gaan over de tactiek om dit groepsdoel te halen.
Hoe kun je als klas de taken verdelen? Hoe zorg je ervoor dat elk kind een taak heeft? Wie neemt de leiding over dit proces?

Oefening
– Het cijfer maken. De leerkracht roept een cijfer. Alle kinderen gaan in de vorm van het cijfer staan.
– Het cijfer met tijd. De kinderen gaan in de vorm van het cijfer staan. De leerkracht houdt de tijd bij. Hoeveel seconden heeft de klas nodig om met elkaar een cijfer te vormen?
Proces:
Welke kinderen nemen de leiding? Welke kinderen volgen de aanwijzingen goed op? Welke kinderen helpen elkaar?

2 De kinderen voelen zich medeverantwoordelijk voor de eigen groep.
De kinderen in de klas maken een aantal jaar deel uit van de groep. In de praktijk kunnen de kinderen zich medeverantwoordelijk voelen voor de eigen groep door elkaar te helpen.

Voorbeeld
Tijdens de lessen kunnen de kinderen elkaar helpen. Laat de kinderen veel samenwerken in groepjes of tweetallen.

Oefening:
Pesten. In de klas wordt gevraagd welke kinderen de rol van ”pestkop” en ”gepeste” op zich wil nemen. De leerkracht kiest één ”pestkop” en een kind die tijdens de oefening gepest wordt (de ”gepeste”). Alle andere kinderen functioneren als middengroep.
Het doel van de oefening is dat de kinderen van de middengroep het gepeste kind gaan helpen.
De pestkop loopt naar de gepeste toe en daagt het kind uit. De kinderen van de middengroep helpen het gepeste kind door voor hem op te komen. Ze kunnen voor het gepeste kind staan, en tegen de pestkop zeggen dat hij moet stoppen. Tijdens deze oefening worden de kinderen zich bewust van welke rol zij in kunnen nemen als er wordt gepest in de klas.

3 De kinderen tonen respect voor de mening en het karakter van een ander groepslid.
De kinderen accepteren dat kinderen een andere mening kunnen hebben, en dat kinderen op een andere manier kunnen reageren.

Voorbeeld
Tijdens het speelkwartier is er een conflict tussen 2 kinderen over de regels van de voetbalbeurt. De kinderen worden boos, schelden en duwen elkaar. De kinderen praten het conflict met de leerkracht uit. Ze maken excuses naar elkaar, en kunnen weer verder voetballen. De andere kinderen weten dat deze jongens snel boos kunnen worden en accepteren hoe het conflict is opgelost.

Rol ouders:
De ouders kunnen een belangrijke rol spelen bij dit kenmerk van een positieve groep. Kinderen kunnen thuiskomen met verhalen over een ander kind die niet aardig is geweest, of over een ruzie tussen klasgenoten. Als ouder kun je vragen naar het incident of ruzie, en vragen hoe het is opgelost.
Doordat het conflict is uitgesproken of opgelost, kan de ouder en het kind er een streep onder zetten en met een schone lei verder gaan. Dat betekent dat je als ouder neutraal over andere kinderen kan praten, zonder bijvoorbeeld te verbieden met een ander kind te spelen.

Rol leerkracht:
De leerkracht kan met ouders in gesprek om dit kenmerk te bespreken. Hoe kijk je als ouder tegen bepaalde kinderen aan? Wat geef je je kind hiervan mee? Welke keuzes kan het kind maken?

4 De kinderen zijn bereid tot samenwerking.
Samenwerken is iets wat je als leerkracht kunt aanleren. Coöperatief werken heeft goede werkvormen om kinderen te laten samenwerken.
De kinderen kunnen tijdens het samenwerken oefenen met intitiatief nemen, leiding nemen, volgen, rekening houden met een ander.

Voorbeeld
De binnen- buitenkring. De kinderen staan in tweetallen tegenover elkaar. De kinderen vertellen aan elkaar een alinea van een tekst begrijpend lezen.
Vervolgens bespreken de kinderen met elkaar hoe ze de 2 alinea’s kunnen samenvatten tot 2-4 regels tekst.

Oefening:
Leiden en volgen in viertal. De klas wordt verdeeld in viertallen. Het viertal werkt samen door met elkaar een cijfer te vormen. Het doel is dat het groepje bijvoorbeeld gaat staan in een cijfer 4. De leerkracht roept elke ronde een cijfer.
Elk kind neemt een keer leiding. De andere kinderen volgen de aanwijzingen van de leider op. Na elk cijfer wisselen de rollen. Zo oefent elk kind een keer met leiding nemen. De andere beurten oefent het kind met volgen.

Het relatiediagram
Het relatiediagram geeft inzicht in de relaties in de klas. Dit instrument helpt je om de verhoudingen in de klas in 1 overzicht helder te hebben.
Meer informatie, klik hier.

2019-01-15T12:34:47+01:00