Oefeningen groepsvorming voor groep 1/2

//Oefeningen groepsvorming voor groep 1/2

Oefeningen groepsvorming voor groep 1/2

Groepsvorming voor groep 1/2.
Bij groep 1/2 kun je op speelse wijze aandacht geven aan groepsvorming. De kinderen kunnen in de spelletjes een keuze maken tussen o.a. leiden en volgen, opkomen voor jezelf, negeren en een slimme plek kiezen.

Deze spelletjes kun je als leerkracht gebruiken om de interacties tussen kinderen te observeren.
En vervolgens in gesprek met kinderen of de klas:
– Wie neemt nu de leiding? Wat kun je doen als iemand de leiding overneemt?
– Wie heeft net iemand anders geholpen?
– Wie hebben aan iemand anders gevraagd om erbij te komen? Wie kunnen nog meer anderen helpen?
– Gaat het goed? Heb je dat ook tegen de ander gezegd? Wat kun je doen als de ander niet luistert?

Veel plezier!

Bal rond laten gaan
De kinderen zitten in de kring. Ze geven de bal aan elkaar door. Het laatste kind geeft de bal aan de leerkracht. Hoe snel kunnen jullie de bal doorgeven?  Hoe gaan we dit als klas zo snel mogelijk doen?
Variatie: zitten, staan, kleine en grote kring.

Kies een andere plek
Snel wisselen en op een andere plek zitten. Hoe kun je dit heel snel doen? Wie kan al met iemand afspreken om straks te wisselen?
Oefenen: initiatief nemen, overleggen.
Variatie: wisselen met kind wat naast je zit. Wisselen: jongens/ meisjes, bepaalde kleur in kleding.

Kruiwagen
De kinderen wandelen door de ruimte. Bij teken van de leerkracht kiezen de kinderen een tweetal.
Het ene kind loopt, het andere kind is kruiwagen. Afwisselen met lopen en kruipen. Kan elk kind een keer lopen? Wat kun je doen als je elke keer moet kruipen?
Oefenen: initiatief nemen, overleggen.

Staan op 1 lijn
Alle kinderen gaan tussen 2 pionnen staan.
Elk kind moet een plekje hebben.
Oefenen: overleggen. Hoe zorgen we ervoor dat alle kinderen een plekje krijgen? Wie kan iemand ander vragen om erbij te komen staan?

Leiden en volgen rondlopen
De kinderen maken een groepje van vier. Ze lopen achter elkaar aan.
Het kind wat vooraan loopt leidt en bepaalt de route. De anderen volgen. Daarna wisselen.
Oefenen: leiden en volgen. Kan elk kind een keer leiding nemen? Wat kun je doen als iemand de leiding overneemt?

In de hoek
Alle kinderen gaan in een hoek staan, tussen de pionnen. Zonder elkaar aan te raken.
Oefenen: een slimme plek kiezen.

Hoepel rijden
Tweetal in een hoepel. Route lopen.
Oefenen: overleggen, wie kiest de route, leiden en volgen.

Groepje van 4
De kinderen maken groepjes van vier. Elk groepje gaat bij een pion zitten.
Oefenen: initiatief nemen, elkaar helpen om een groepje te formeren. Neemt elk kind initiatief om een groepje te maken? Wie vraagt andere kinderen erbij?

By |2019-01-15T12:34:47+01:00oktober 5th, 2016|Geen categorie|0 reacties