De Superheldenaanpak

Lessen in de klas

- Samenwerken en overleggen
- Leiden en volgen

Lessen in de speelzaal

"Interactie tussen kinderen
zichtbaar maken met
fysieke oefeningen."

Training van leerkrachten

"De leerkrachten kunnen de
superheldenaanpak toepassen
in de dagelijkse praktijk"

Curatief2019-08-07T14:36:27+02:00

Curatief

Curatieve trajecten
Het curatieve traject is een training voor de leerkracht(en) om met ongewenste gedrag in de klas om te gaan.

Hoe kan ik ervoor zorgen dat meer kinderen de goede keuze maken tijdens vrije situaties? Hoe kan ik er als leerkracht voor zorgen dat kinderen op zichzelf letten en zich niet met anderen bemoeien?

Wil je een werkwijze leren die je handvaten geeft om elk gedrag in een keuze te zetten? Ben je bereid om de werkwijze dagelijks toe te passen, bij verschillende lessen en vrije situaties? Dan is het curatieve traject wat voor jou!

Doelgroep
Leerkrachten in het basisonderwijs.

Voorwaarden
– De hulpvraag komt vanuit de leerkracht(en).
– Gedurende het traject kan de trainer met de vaste leerkracht(en) samenwerken.

Werkwijze
Keuzes: autonomie en competentie
Om de eigen verantwoordelijkheid van kinderen te versterken, kun je als leerkracht elk gedrag vooraf in een keuze zetten en je kunt naar competentie van kinderen vragen. Bijvoorbeeld: de kinderen reageren op elkaar tijdens de les. Autonomie: je praat alleen als je de beurt hebt. Iedereen die dat doet, kan straks meedoen met een spelletje. Competentie: wie kan nu het beste elkaar negeren?

Superhelden
De superhelden zijn keuzes die kinderen kunnen maken. Wat kun je zelf doen: opkomen voor jezelf, een slimme plek, relaxed reageren en negeren. Wat kun je voor een ander doen: elkaar helpen en elkaar aanspreken. Als een superheld niet werkt, meld je het bij de leerkracht.

Systeemtheorie
De werkwijze is gebaseerd op de systeemtheorie. Elk kind heeft een rol in de klas. Je kunt als leerkracht tijdens het samenwerken en bij ongewenst gedrag meerdere kinderen vanuit het systeem aanspreken. Bijvoorbeeld de dader, het slachtoffer of de omstanders. Daarnaast kun je kinderen ook een rol geven, zodat bijvoorbeeld kinderen uit de sterke middengroep meer ruimte gaan innemen.

Training leerkracht

De leerkracht wordt getraind in het toepassen van de werkwijze ‘gewenst gedrag’. De leerkracht start elke Orka-les in de klas met het toepassen van de gedragsinstructie – belonen – consequentie, tijdens een les van de leerkracht. Vervolgens worden de oefeningen gegeven in de speelzaal of klas. De trainer start met een oefening, vervolgens geeft de leerkracht twee oefeningen en de trainer eindigt met een oefening.

De leerkracht en de trainer bepalen samen het doel voor elke les. Vervolgens worden de oefeningen uitgekozen die passen bij het doel. De leerkracht geeft twee oefeningen, en de trainer geeft 2 oefeningen.

De leerkracht ontvangt tijdens de lessen directe feedback van de trainer over de keuzes die gemaakt worden. Daarnaast geven de trainer en leerkracht directe feedback aan de kinderen over de superhelden (keuzes) die gekozen worden.

Instrumenten en documentatie
Ter voorbereiding van de Orka-lessen kan de leerkracht het volgende doen:

  • Intakeformulier invullen en mailen naar de trainer.
  • Relatiediagram en vragenlijst welbevinden laten afnemen door de kinderen.
  • Doel en gedragsregels met de kinderen opstellen.

Programma
Oriënterend gesprek
In dit gesprek wordt de hulpvraag door de leerkrachten besproken, waarna de trainer uitlegt hoe de werkwijze kan aansluiten. De leerkracht, directie en trainer bekijken of de Orka-training de juiste werkwijze is. Als er gekozen wordt voor de Orka-training, worden de data van het intakegesprek en lessen afgesproken. De leerkrachten ontvangen alle documentatie en instrumenten van de trainer.

Intakegesprek
Tijdens het intakegesprek wordt het doel van het traject besproken. Een aantal gedragsregels worden benoemd, waarbij de werkwijze gedragsinstructie – belonen – consequentie toegepast kan worden in de klas. Deze werkwijze kunnen de leerkrachten de volgende dag direct toepassen.
Tevens worden de thermometer en superhelden uitgelegd. Dit kan de leerkracht introduceren in de klas. Het doel en de oefeningen voor de eerste les worden als laatste overlegd.

Doel en gedragsregels
De leerkracht stelt met de kinderen het doel op: Wat voor groep willen wij zijn? Hoe willen we met elkaar omgaan? Welk gedrag hoort daarbij?

De leerkracht kan het gesprek met de kinderen begeleiden door middel van coöperatief werken: Rond Praat. De kinderen vertellen aan elkaar in viertallen wat voor groep zij willen zijn. Vervolgens kan elk groepje zijn antwoorden vertellen aan de klas, en kan de leerkracht met alle kinderen de antwoorden clusteren. Dit werkt hetzelfde voor de vraag: Wat voor gedrag hoort daarbij? Uiteindelijk heeft de leerkracht het doel (wat voor groep willen wij zijn?) en de gedragsregels (welk gedrag hoort daarbij?) verzameld. De gedragsregel die de eerste prioriteit heeft, wordt groot in de klas opgeschreven. Na de eerste les kunnen daar één of twee superhelden bij gehangen worden, zodat de koppeling tussen het doel van de klas en de superhelden gemaakt kan worden.

Lessen
De leerkracht start de Orka-les in de klas, waar de werkwijze gedragsinstructie – belonen – consequentie wordt toegepast. Vervolgens worden de oefeningen gegeven door de trainer en leerkracht. Tijdens de oefeningen worden de superhelden en thermometer toegepast.

Training na afloop
Na elke les volgt een trainingsmoment voor de leerkracht. In dit gesprek wordt er teruggekeken naar de keuzes die gemaakt zijn door de leerkracht en kinderen. De volgende onderwerpen komen aan bod: competentie en autonomie van kinderen vergroten. Eigenaarschap bij kinderen versterken door feedback te geven over keuzes die gemaakt worden. Hoe geven we feedback over de keuzes die kinderen maken? Hoe wordt de thermometer in de oefeningen verwerkt? Wat wordt het doel van de volgende les, en welke oefeningen worden gekozen?

Transfer
Stoplicht
De transfer wordt gemaakt doordat de leerkracht dagelijks na elke pauze het stoplicht bespreekt met de kinderen. Vervolgens kan de leerkracht in gesprek met de kinderen die groen en oranje gescoord hebben.

Gedragsinstructie – belonen – consequentie
De transfer kan gemaakt worden doordat de leerkracht dagelijks werkt met gedragsinstructie. Elk gedrag van kinderen kan hiermee in een keuze gezet worden. De leerkracht spreekt vooraf gedragsinstructie uit, waarna elke keuze een consequentie heeft: positief en negatief.

Dit kan tijdens elke les worden toegepast. Voorbeelden van andere leerkrachten:

  • Je praat alleen als je de beurt hebt.
  • We praten aardig tegen elkaar.

Superhelden
De transfer wordt gemaakt doordat de leerkracht dagelijks de superhelden verwerkt in het lesgeven. Tijdens de lessen en vrije momenten kan de leerkracht de kinderen coachen om de goede keuze (superheld) te kiezen.

Leerdoelen
Kennis
Leerkrachten kennen de principes van de systeemtheorie:

  • De leerkracht kan de bron aanspreken.
  • De leerkracht kan het slachtoffer aanspreken.
  • De leerkracht kan de omgeving aanspreken.

Leerkrachten kennen 9 superhelden om de kinderen te coachen.

Vaardigheden
Leerkrachten kunnen gedragsinstructie geven bij elke activiteit in de klas.
Leerkrachten kunnen gewenst gedrag belonen.
Leerkrachten kunnen een keuze geven bij ongewenst gedrag.
Leerkrachten kunnen werken aan gewenst gedrag door doelen te stellen voor de klas.
Leerkrachten kunnen het stoplicht toepassen in de klas na elke pauze.
Leerkrachten kunnen directe feedback geven aan kinderen over de keuzes die gemaakt worden.