Lessen in de klas

- Samenwerken en overleggen
- Leiden en volgen

Reageren op uitdagen

Relatiediagram

"In één oogopslag inzicht
in de relaties
van de klas"

Lessen in de speelzaal

"Interactie tussen kinderen
zichtbaar maken met
fysieke oefeningen."

Coaching van leerkrachten

"De leerkrachten kunnen de
vaardigheden toepassen in de
dagelijkse praktijk"

Groepsvorming fase 42019-01-15T12:34:42+00:00

Fase 4: Presteren

Als je erbij wilt horen, moet je je aanpassen aan de norm die is ontstaan in de klas. Sommige kinderen kunnen ondanks de groepsdruk toch hun eigen gang gaan. Respecteren de kinderen elkaar? Kunnen de kinderen samenwerken? Kunnen de kinderen onderling overleggen, of bepalen een aantal kinderen wat er gebeurt?

De klas wordt gezien als een positieve of negatieve groep. Tijdens deze fase kun je als leerkracht het groepsproces onderhouden door kwaliteiten te benoemen en eigenschappen uitwisselen.

Oefeningen

Dit ben ik ook! 
De kinderen geven antwoord op vijf vragen: – Hiermee heb ik ooit een prijs gewonnen – Dit vind ik een leuke leraar – Ik schaam me als  – Later word ik misschien wel – Dit vinden mijn klasgenoten vast gek aan mij De leerkracht leest de antwoorden voor en vraagt aan de klas om welk kind het gaat.

Kwaliteitenspel.
Het kwaliteitenspel wordt gebruikt om kwaliteiten van andere kinderen te benoemen. Elk kind kiest één kwaliteit uit. Daarna kiest elk kind een kwaliteit bij de ander. Het kind geeft ook een voorbeeld wanneer hij of zij die kwaliteit waarneemt.

terug naar Groepsvorming

naar fase 5

Het vierkant lopen
Vier banken worden in een vierkant gezet. De kinderen verdelen zich over de vier banken.
De kinderen wandelen over de banken, totdat zij op de eigen plek eindigen.
Twee banken lopen met de klok mee, en twee banken lopen tegen de klok in. De kinderen komen elkaar onderweg tegen, en zullen overleggen hoe ze langs elkaar kunnen lopen.
Het doel van deze oefening is dat de kinderen samenwerken en overleggen. Hoe kan ik verder komen? Hoe kan ik andere kinderen ruimte geven?

Neurietikkertje
Tikspel. De kinderen kunnen niet getikt worden als ze met 3 kinderen bij elkaar staan en een liedje neuriën.

Woord voor woord
Om de beurt zegt ieder kind een woord en de bedoeling is dat alle woorden samen een zin of verhaal vormen. Als iemand lang twijfelt of iets anders wil zeggen, kun je vragen: gaat het om jou of gaat het om de groep? Ze moeten snel een simpel woord zeggen.