Oefeningen vertalen naar de lessen in de klas

//Oefeningen vertalen naar de lessen in de klas

Oefeningen vertalen naar de lessen in de klas

Wil je het samenwerken en overleggen in de klas verwerken in de lessen rekenen of taal?
In deze nieuwsbrief een aantal voorbeelden hoe je de vaardigheden van de oefeningen eenvoudig kunt toepassen tijdens de rekenles of taalles.

Oefening: twee handen, één potlood (klik hier voor het filmpje)
Elk tweetal heeft één tekenvel en één potlood. De kinderen overleggen eerst welk onderwerp getekend wordt. Dan begint kind A met het potlood. Hij tekent wat kind B hem vertelt. Kind B neemt leiding en legt uit wat en hoe er getekend gaat worden. Kind A voert dit uit. Na een aantal minuten worden de rollen gewisseld. Vaardigheden: leiding nemen voor het ene kind, volgen voor het andere kind.
Vertalen naar de rekenles: Tweetal. Kind A schrijft de antwoorden op. Kind B neemt leiding: hij rekent de sommen uit, en vertelt waar kind A de antwoorden opschrijft.

Oefening 4 handen, één potlood (klik hier voor het filmpje)
Viertal. Het groepje overlegt met elkaar en kiest één kleur en één onderwerp uit.
Een viertal maakt één tekening. Ze houden met elkaar het potlood vast. Kind A neemt de leiding, de andere kinderen volgen. Na een minuut wordt er gewisseld, zodat elk kind een keer leiding kan nemen.
Vaardigheden: leiding nemen, volgen, rekening houden met elkaar, overleggen welke kleur en onderwerp er gekozen wordt.
Vertalen naar de taalles: Viertal. Het groepje schrijft de taalles met een kleur. Er wordt gekozen met welke kleur alle kinderen de taalles schrijven.
Doel: elk kind geeft zijn of haar mening. Als alle kinderen een kleur genoemd hebben, wordt er eerlijk een kleur gekozen. Dit proces kun je als leerkracht begeleiden.
Vertalen naar de tekenles: Viertal. De leerkracht of het groepje kiest een onderwerp. Vervolgens kiest het groepje één kleur. Dan houden de vier kinderen met duim en wijsvinger het kleurtje vast. De tekening wordt gemaakt.

Oefening: initiatief nemen
De kinderen verdelen zich in groepjes van 3 of 4 kinderen. Elk kind neemt initiatief om naar kinderen te lopen en te vragen om met elkaar een groepje te maken.
Vertalen naar de aardrijkskundeles: De les wordt gemaakt in groepjes van 3. De kinderen verdelen zich in groepjes van 3. De leerkracht wijst elke keer een kind aan. Het kind vraagt 2 kinderen om een groepje van 3 te formeren. Dan wijst de leerkracht een ander kind aan. Zo kan de leerkracht kinderen aanwijzen die initiatief kunnen nemen (voorbeeldrol). Daarna wijst de leerkracht kinderen aan die moeite hebben met initiatief nemen. Deze kinderen vragen ook 2 kinderen bij het groepje en kunnen hiermee succeservaringen opdoen.

Oefening: negeren
De kinderen staan in een kring. De leerkracht wijst 2 kinderen aan die clown willen spelen. Deze kinderen gaan in het midden van de kring staan, en proberen de kinderen aan het lachen te maken. De kinderen van de kring negeren de clowns. Elk kind heeft 3 punten. Als je een keer lacht of praat, gaat er een punt af. Als je 0 punten hebt, ga je even zitten.
Vertalen naar de rekenles: De leerkracht benoemt na de instructie het volgende: We gaan zo 20 minuten zelfstandig werken. Alle kinderen die tijdens het werken kunnen negeren, doen na de les mee met het spelletje clown. De leerkracht benoemt tijdens het werken kinderen die goed kunnen negeren. De kinderen die wel reageren op elkaar, noteer je op een leerlingenlijst. Na de verwerking kunnen de kinderen staan die goed hebben genegeerd. Die kinderen doen mee met het spelletje clown.

Heb je suggesties of ideeën hoe je de vaardigheden kunt vertalen, of mooie praktijkvoorbeelden?
Ik hoor het graag! Stuur een mailtje of foto’s naar info@praktijkorka.nl

Veel plezier!

2019-01-15T12:34:47+01:00